Olaf Harmsen met veel voldoening aan de finish

De Dakar Rally van 2021 zit erop voor Olaf Harmsen. Met veel voldoening bereikte hij de finish van de twaalfde etappe. “Samen met de drie rijders met wie ik de afgelopen dagen steeds samen heb gereden, en fijn heb gereden bovendien”, vertelde hij. “Dat maakte het nog veel mooier.”

Aan de finish bij de Rode Zee kwam een voorlopig einde aan een traject van twee, drie jaar, waarin Olaf Harmsen zich voorbereidde op de Dakar. Omdat het vorig jaar al na drie dagen klaar was, besloot hij er een jaar aan vast te plakken. “Die medaille móest ik hebben. Dat het nu gelukt is, is super.”
De fout van vorig jaar was de beste les die Harmsen kon krijgen. Deze Dakar hield hij zich strikt aan de wet die hij zichzelf oplegde: rustig aan, niet harder dan je eigenlijk kunt, je niet laten verleiden. “Dat geeft de meeste voldoening: dat ik me aan dat plan heb gehouden. Het maakte niet uit wie er voorbij kwam, ik bleef mijn eigen tempo rijden en heb me niet gek laten maken. Het is voor het eerst in mijn leven dat ik zo gedisciplineerd heb gereden. En toch heb ik lekker gereden, ondanks dat ik me heb ingehouden.”

Van de 101 motorrijders die begonnen aan de Dakar, kwamen er 63 aan de finish. Zelfs op de laatste dag was er nog een uitvaller (Yamaha-rijder Adrien van Beveren). Harmsen reed weliswaar vanaf het begin tot het einde in de achterhoede, maar kwam geen moment echt in de problemen. Hij finishte uiteindelijk als nummer 57.
Dat geploeter in de achterhoede is de belangrijkste reden tot nadenken over een mogelijk vervolg. Dagelijks werd de 45-jarige Bosschenaar  gepasseerd door auto’s en trucks, waardoor hij grote delen van de etappes in het stof reed en de omgewoelde paden het nóg moeilijker maakten. “In Zuid-Amerika waren veel routes gescheiden voor motoren en auto’s/trucks. Als ze dat in Saoedi-Arabië ook doen, kom ik terug. Anders niet, want dan rijd ik te veel in het stof van de auto’s en dat is te gevaarlijk. Maar die overwegingen zijn van later zorg. Nu eerst mijn medaille ophalen!”