Eén jaar enduro topsport met Hans Vogels

Hoe ziet het leven van een Nederlandse top- en profsporter in de endurosport er uit? Wij vroegen het aan Hans Vogels. Hans is op dit moment, na eerder Erwin Plekkenpol, onze enige fulltime endurorijder en hij neemt deel aan alle WK’s. Zit je dan de hele week op de motor of juist in de sportschool? Gaat er elke week een krat sportdrank en een doos spaghetti door heen? Hoe kijken die buitenlanders tegen zo’n Brabander aan?

Dit verhaal begint op 1 december 2011. Hans had net zijn tweede volle WK jaar afgesloten op een prachtige 8e plaats in het E2 klassement. In Nederland was hij kampioen E3 (zijn zesde ONK enduro titel), voor de vijfde keer scratchwinnaar en winnaar van de Kampioensrit.

Tijd voor vakantie?
Nou nee, niet echt. Die winter heb ik fysiek doorgetraind. Niet volle bak maar wel twee, drie keer in de week blijven sporten (naar de sportschool, of de wielren-fiets of hardlopen). En bij mooi weer lekker rijden met de motor. Alles niet volle bak maar mede om te ontspannen en ook in de bovenkamer lekker te ontspannen. En verder van alles regelen. Alles op een rijtje zetten voor het volgende jaar. Sponsors zoeken, bedankjes versturen, noem maar op.

En voor dat je het weet begint het ONK weer?
En dan word ik weer fanatieker voor die wedstrijden. Dan wil ik toch meteen laten zien dat ik er ben. Voor het eerste ONK probeer ik drie keer in de week op de motor te zitten. En alleen maar door het bos rijden; precies doen wat we in Nederland ook tegen komen met de enduro. En de nieuwe motoren zijn er dan al en dat is ook veel werk. Die strippen wij tot het laatste boutje en die bouwen we dan weer helemaal op. Dan ga ik met Husaberg trainen in Spanje en met WP de vering testen. Dan gaat het seizoen weer lopen en voor dat je weet zit je al weer op de eerste WK begin maart.

Is er in die “stille” periode je voeding anders dan tijdens het seizoen?
Nee, ik ben eigenlijk gewoon iemand van normaal eten wat de pot schaft. ’s Avonds vlees, aardappels, groente, pasta of wat dan ook. Wel elke morgen Brinta, dat bevalt me goed. Elke morgen ook één of twee glazen Roosvicee Ferro (met ijzer dus) en nog twee keer per dag Vitamine van Roosvicee en meestal loop ik met een fles water rond, ook hier thuis. ’s Middags boterhammen met vlees of wat dan ook. Fruit, een appel of banaan tussendoor.
Als ik naar de wedstrijden ga, dan heb ik meestal Isostar repen bij en ook drinken van Isostar. Dat is eigenlijk het enige wat ik doe; verder gewoon normaal goed eten. Als je dat ook ziet in de week voor het WK; je komt bijna alle rijders in dezelfde restaurants tegen. Iedereen eet gewoon goed en normaal; alleen je ziet niemand met snoep of een buil chips ofzo.
Ik laat om de drie maanden mijn bloed controleren. Ooit kom ik ijzer te kort maar sinds die Ferro is dat eigenlijk niet meer. Of de dokter geeft me een vitamine B12 spuit. Bijvoorbeeld in een drukke periode. Dat zijn dan van die kleine dingen die ik dan doe. Het is niet zoals in de wielersport maar wel fijn om zo gecontroleerd te worden.

En tijdens de wedstrijd?
Wij moeten gewoon zorgen dat je geen leeg gevoel krijgt tijdens de wedstrijd. Daarom rij ik in het buitenland en tijdens de Zesdaagse ondanks dat ik het nooit gewild heb (stom, stom, stom) met het USWE drinksysteem. Je hebt er echt geen last van. Alle Fransen rijden er ook mee en dat doen ze niet voor niks.
Tijdens lange proeven, die proef van 16 minuten, dat ding hangt in dat hoekje; ik hoef alleen maar mijn mond open te doen en ik kan een slokje nemen, er zijn vaak genoeg lange rechte stukken en je komt veel fitter de proef uit. Daar zit gewoon plat water in anders wordt het een plakzooi. En dan pak je op de controle wel bouillon ofzo voor wat zout en mineralen.

Vroeger had ik ooit gewoon de hele dag niks te eten en te drinken omdat je zenuwachtig was en je had geen honger, dacht je. Sinds ik dat wel kan, heb ik ’s avonds nooit geen hoofdpijn meer of last. Dat komt natuurlijk ook omdat je steeds beter weet hoe je er mee om moet gaan en omdat je conditie steeds beter wordt. Maar normaal gesproken doe ik dus alles op normale kost.

Doe je iets met fysio of massage?
Op de WK’s niet; daar heeft eigenlijk helemaal niemand dat bij. Ik heb daar ook heel de Zesdaagse geen gebruik van gemaakt. Ik denk ook dat het te maken heeft met fit zijn. Spierpijn, rug, armen en benen, nergens geen last van gehad. En zelfs geen blaren op mijn handen.

In Nederland ga ik om de drie weken naar een sportmasseur. Die maakt dan alles los en kijkt of alles nog recht staat en meet het vetpercentage enzo. En meestal doe ik om de drie maanden een conditietest, maximaaltest, omslagpunt, gewicht en van alles. Fietskracht etc. Om te weten of je fit blijft. En dat stijgt nog steeds maar het hangt uiteraard af van het moment waarop je gaat.

Nu, zo kort na Zweden en Finland en twee weken later de Zesdaagse zal ik wel iets lager zitten. Als ik kort na die twee WK’s gelijk weer op het hoogste nivo zou trainen, dan train je jezelf omlaag. Als er twee maanden tussen zit, dan werk je er naar toe. Tot een week van te voren en dan doe je minder, een beetje rijden enzo. Die week voor het WK doe je veel lopen, proeven lopen. Nu heb ik een conditie die krijg ik niet veel beter meer; daar moet ik het seizoen mee afmaken. Maar die is ook goed; het rijden gaat goed, ik word in de proeven niet moe, dan hoef je door de week ook niet zo veel meer te doen.

WK loopt goed dit jaar; in tijd zit je korter bij?
Ja, dat klopt. Dat zie je niet in het klassement of in de uitslagen. Maar ik zit er steeds vaker maar 2 of 2 ½ minuut achter. Dit jaar gaat het gewoon beter. Maar ik heb in Argentinië en Chili op het harde steken laten vallen. Ik moest toen nog erg wennen aan de 450, vooral op het harde. Dat gaat nog steeds beter met een lichte motor maar dat zit er even niet in. Eigenlijk twee wedstrijden weggegooid en Italië gemist door mijn knie. En toch gedeeld 9e; da’s eigenlijk nog niet zo slecht.
De rekenaars zien dat het dit jaar beter gaat en ik moet gewoon nu harder rijden voor deze plaats dan vorig jaar voor een 8e plaats. In Frankrijk volgende week ga ik in ieder geval zorgen dat ik toptien kan blijven en gewoon mijn best doen.

De motor is nog steeds een echte Husaberg?
Ja, dit is gewoon een oude om het zo maar eens te zeggen. Ik blijf daar dit jaar ook mee rijden. Die motors staan klaar en ze zijn gewoon goed. Ik heb tussendoor ook geen tijd gehad om met de nieuwe te rijden dus. En de vering is goed; dat is op die nieuwe ook weer anders, de achterschokker in ieder geval.
Ik heb er nu nog één staan voor de laatste drie ONK’s. Renet rijdt ook nog met het oude model, daar heeft hij de Zesdaagse ook mee gereden en daar rijdt hij de laatste WK ook mee en daar wordt hij hoogst waarschijnlijk wereldkampioen mee. En dat vindt Husaberg ook mooi. Want die hebben als echte techneuten nog wel een beetje heimwee naar het oude model; al denk ik dat die nieuwe ook heel goed is.

Ik blijf dus ook gewoon zo het seizoen af maken. De motor is goed; in het zand kan ik er goed mee overweg en op het harde ook. Maar ik hou toch meer van een beetje toeren rijden en gooi- en smijtwerk. Dat is meer mijn stijl.

Hoe gaat het op het WK onderling tussen de rijders?
Super, da’s ongelooflijk. Heel gemoedelijk. Iedereen is aardig en ik heb het idee dat ik ook wel goed erbij pas, een graag gezien persoon ben. Er is geen haat en nijd. Iedereen buurt met elkaar. Aan de andere kant ben je ook gewoon alleen bezig. Als je net toevallig een proef in loopt met een groepje, dan loop je mee. Die sfeer is gewoon geweldig. Echt enduro? Ja, echt enduro.

Wie is jouw idool eigenlijk?
Dat was voorheen altijd Johnny Aubert. Dat is toch nog steeds iemand waar ik wel vaak naar kijk. Hij heeft een naam en hoe hij motor rijdt. Dan Renet. Die heb ik de laatste twee jaar bij Husaberg leren kennen. Die is heel anders. Johnny is iets meer showman. Renet is veel normaler, daar kijk je dus minder tegen op. Maar die rijdt echt zo mooi. Dan zie je echt niet dat die hard gaat. Die maakt wel zoveel meters. En nu zelfs harder dan Johnny.

(En Nambotin?) Die zie ik eigenlijk nooit rijden en bij het parc-fermé ook niet. Daar sta ik meestal met Renet en Aubert te buurten. Maar ik kijk er niet echt meer tegen op zoals vroeger. Wel als ik er van kan leren. Eerst stond ik echt zo van …met open mond. Maar dat is niet meer. Dit jaar in Spanje bijvoorbeeld, dat was ook modder en gras en dan rijd ik gewoon derde tijd. Bijvoorbeeld: Salminen, Cervantes, ik en dan komen Renet en al die mannen. Hun doen dat met regelmaat maar ik kijk er niet meer tegen op want ik weet dat ik er super dicht bij zit.

En Chili, dat waren gewoon twee klote-testen met stenen. Daar kon ik helemaal niks van en vallen en mijn  klep er af en motor kapot en dan kwam er één proef op het zand. En dan zat ik gewoon constant sneller te rijden als Renet. Ik besef ook gewoon mijn achtergrond en dat ik eigenlijk te laat ben begonnen met alles. En dat wij hier in Nederland wonen en als ik dan zie wat ik er allemaal voor gedaan heb, dan doe ik het nog niet zo slecht.

En is het dan logisch om tussendoor in Duitsland te rijden (nog meer zand)?
Die cross-countries? Dat werd gevraagd door Husaberg. Dat heb ik toen een jaar gedaan. Dat ging goed en toen werd ik 8e in het WK. Dit jaar heb ik het maar twee keer gedaan. Op zich zijn die wel mooi, die wedstrijden. Alleen het is ook zo’n gereis voor twee uurtjes rijden. Dan kan ik beter naar Wonck rijden en daar proeven gaan rijden met de klok erbij; dan doe ik net zoveel. Dat wil ook volgend jaar ook niet meer doen.

Een deel van jouw collega’s rijdt natuurlijk competitie in Italië of Spanje of Frankrijk?
Dat is bijna niet te combineren. Zweden en Finland had ik kunnen combineren met eentje in Spanje maar ons pa kan niet drie weken weg. Zo’n Leok pikt het toch vrij snel op en die rijdt ook in Italië. Maar die hoeft niks te doen. Die motors staan klaar. Hij gaat met zijn tas naar die wedstrijden, hij stapt op en hij rijdt. En dat zal in Nederland denk ik nooit niet komen.

Wij staan ook nog gewoon te sleutelen. Vanavond komt Corné van Oorschot nog even, anderhalf tot twee uur sleutelen en dan staat alles klaar. Dan kan ik naar Frankrijk. Dat komt haast nooit voor. Die motors hebben onderhoud nodig.

Normaal na een WK: moet ik naar Haan Wheels want die wielen zijn gewoon kort. Dan knip ik hier zelf de spaken er uit en haal de lagers eruit en dan breng ik alleen het naafje naar Haan Wheels, twee dagen wachten en weer ophalen. Intussen nog een keer naar Motomaster, weer naar Lemmens onderdelen ophalen en naar Malden met de vering. Ooit ben ik dagen alleen maar aan het rijden. Dan moet je zorgen dat je banden er weer allemaal opliggen. Toevallig heb ik gisteren zes sets wielen klaargemaakt. Oude banden voor het trainen, die mousse is nog goed dus kan voor het WK enz enz. Alles uitzoeken en monteren. Weer een paar uur voorbij. Zo ben je altijd bezig en dat moeten we allemaal zelf doen. Na een WK zijn wij gewoon met elkaar een hele week bezig met sleutelen en opruimen en van alles. Dat is dan het voordeel voor die fabrieksrijders. Die zeggen, ik wil volgende week rijden en dan staat daar een motor met een monteur.
Als privé-rijder kun je dat gewoon niet combineren met bijvoorbeeld een Franse competitie. Sommige rijden ook alleen maar de WK’s en hun eigen competitie, zoals Renet. Als ik met hun train in de winter in Spanje, dan weet ik ook meteen hoe zij trainen. Salminen zegt ook, liefst reed ik alleen WK’s  maar van Husqvarna moet hij het Spaanse kampioensschap rijden. En ik moet me ook in Nederland laten zien. Bij zo’n drie-uurs enduro en de 4-uurs in Valkenswaard. Daar heben we dan gelukkig weinig werk van en voor Lemmens en Husaberg is dat wel belangrijk. Daar staan toch 300 mensen te kijken hoe zo’n Husaberg wint.
De laatste weken heb ik in ieder geval genoeg gereden. Zondag de Xtreme nog op de Landsard en maandagochtend om zes uur vertrekken we naar de finale in Frankrijk. Daar heb ik zin in.
Die laatste drie NK’s stellen dan niks voor want dat is geen werk voor ons. Wel qua competitie maar het is gewoon motortje klaar maken, busje inladen en je bent ’s avonds weer thuis. Een WK heb je gewoon veel en veel meer werk mee. Daar kan je ook niet naast werken naast zo’n schema. Wat dat betreft, die kans die ik nu gehad heb voor drie jaar is gewoon super.

En wat komt er na 2012?
Ik ben nog steeds bezig voor volgend jaar om door te gaan. Nog volop in onderhandeling met sponsors. Ik zou nog graag één jaar verder gaan op WK nivo en dan definitief de pannen er op leggen. Dan ben ik dertig jaar en dan heb ik drie jaar als privé rijder de WK gedaan. Dan hoop ik volgend jaar nog één jaar door te trekken. Dan hebben we een andere motor. Eens kijken hoe dat valt. Die motors zijn acht kilo lichter en toch weer anders. Het wordt toch allemaal verbeterd. En dan kijken hoe het gaat en daarna een punt achter de WK’s zetten. Nationaal zal ik altijd wel blijven rijden. Ik wil in Nederland gewoon tien keer kampioen worden. Je moet een doel stellen, anders kan ik er beter gewoon mee stoppen. En ik zou graag in de Dakar een keer deelnemen. Daar kan ik pas mee aan de gang als ik volgend jaar weet dat ik ga stoppen met de WK’s. Dan moet ik nog navigeren leren maar ik denk gewoon wat anderen kunnen leren kan ik ook. En dan denk ik dat ik weer ga crossen. Ben fit en ik ga nog vaak crossen en kan qua snelheid nog mee. Ik rij vaak genoeg in Veldhoven op mijn enduro motortje en dan doe ik weinig of niks onder voor die goeie ONK rijders.

Zou het mooier of anders zijn als er een paar meer Nederlanders naar de WK’s gingen?
Ja, natuurlijk is dat mooier. Husaberg is denk ik de beste ploeg waar je kunt zitten als Nederlander. Die Zweden, wij kunnen er heel goed mee overweg. Maar het zou wel mooi zijn als er meer Nederlanders waren, als is het maar omdat je niet altijd alleen bent. En het kan, zo hebben wij het ook gedaan. Wij hebben toen gezegd, we ruilen vier EK’s om voor vier WK’s. Financieel bekant geen verschil.  Die jongens moeten gewoon via de importeur het fabrieksteam benaderen en dat doen alle merken. Je hoeft geen bakken meer mee te nemen, je hebt dat posten verhaal niet. Dan heb je de service geregeld en kan je gewoon in je busje met je motortje naar die WK’s. Je gaat de proeven lopen en je eet daar en da’s alles. En dan veel leren. En daar word je wel hard van. En dat is nodig.

Intussen is Team Vogels al op weg naar de WK finale in Frankrijk. We wensen hen veel succes daar.